Begrijp de geschiedenis

Een reis door de tijd 

Ben jij klaar voor een reis door de geschiedenis van bloedkanker? Wil je graag meer weten over de ontdekkingen die ons helpen bij het overwinnen van bloedkanker?

Voordat de jaartelling begon (prehistorie)

Bloedkanker bestond al ver voordat de jaartelling begon.

Er is een 7000 jaar oud skelet van een vrouw waaraan te zien is dat zij bloedkanker had.1

1695 - 1743

Nederlandse onderzoekers van bloed 

Rode bloedcellen brengen zuurstof door je lichaam. Jan Swammerdam was de eerste persoon die deze cellen onder de microscoop bekeek. De Nederlander Antoni van Leeuwenhoek deed dat ook en hij maakte er als eerste een tekening van.2,3​​​​​​​ Thomas Schwencke was een Nederlandse arts uit Den Haag die het eerste boek over bloedziekten schreef. Hij werd daarmee de eerste arts in Nederland voor ziekten van het bloed (hematoloog).4

1830-1850

Begrijpen wat bloedkanker is

Er zijn verschillende soorten bloedkanker. De drie bekendste vormen zijn lymfoom, myeloom en leukemie. Lymfoom ontstaat in de lymfeklieren. Myeloom ontstaat in het

beenmerg. Dit is het deel van je botten waar je bloed wordt gemaakt. Leukemie ontstaat in het bloed.


In deze tijd werden de eerste beschrijvingen daarvan gemaakt:

- Lymfoom door Hodgkin (1832)5

- Myeloom door Samuel Solly (1844)6

- Leukemie door Rudolf Virchow (1840)7

1895-1899

Röntgenstralen en radioactieve deeltjes

Wilhelm Röntgen maakte de eerste röntgenfoto. Dat is een foto van de binnenkant van je lichaam. Hierdoor kon er dus voor het eerst in een lichaam gekeken worden zonder dat er geopereerd moest worden.

Lees meer

1914

Van gevaarlijk wapen naar behandeling

Mosterdgas, een vreselijk wapen uit de Eerste Wereldoorlog, leidde tot de ontdekking van chemotherapie.10

Lees meer

1956

Eerste beenmergtransplantatie  

In 1956 vond de eerste beenmergtransplantatie plaats. Bij een beenmergtransplantatie krijgt iemand gezond beenmerg van iemand anders, zodat het lichaam weer gezonde bloedcellen kan maken. Dit werd gedaan bij een eeneiige tweeling.11 Men had ontdekt dat gezond beenmerg van het ene kind zonder kanker, het andere kind met kanker kon helpen genezen. Deze ontdekking heeft vanaf toen veel meer levens gered.

1997- 2001

Start van behandeling met een duidelijk doel

Radiotherapie en chemotherapie helpen tegen kanker. Maar ze beschadigen ook gezonde cellen en dat wil je liever niet. In deze periode werden de eerste medicijnen ontdekt die alleen de kankercellen laten stoppen met groeien. Dit wordt doelgerichte therapie genoemd.12 Hierdoor hebben gezonde cellen minder last van de behandeling. Die cellen kunnen gewoon op een gezonde manier blijven delen en groeien.13 

2003 - 2012

Ontdekkingen in onze genen

Iedereen erft eigenschappen van de ouders. Deze eigenschappen liggen vast in je DNA. DNA is het erfelijk materiaal van je lichaam. Op je DNA liggen genen. Die genen bepalen bijvoorbeeld de kleur van je ogen en de kleur van je haar. Je kunt ook genen hebben die zorgen dat je gevoelig bent voor een bepaalde ziekte, zoals bepaalde vormen van bloedkanker. Door onderzoek zijn de genen van het menselijk DNA op een rij gezet. Ook is het mogelijk geworden om genen te veranderen. Hierdoor kunnen cellen in het lichaam worden aangepast en beter gemaakt worden.14

2024

De wetenschap staat niet stil 

Elke dag leren we meer over bloedkanker. Daardoor kunnen we steeds betere behandelingen maken die bij de patiënt passen. Zo komen we steeds een stap verder in de behandeling van bloedkanker!

Lees meer

Onderzoek het heden

Nu weten we dat er ongeveer 140 soorten bloedkanker zijn.16 Deze worden vaak verdeeld in drie soorten. Lees hier wat er bij de verschillende soorten gebeurt in je lichaam.

Bloedkanker is een naam voor verschillende soorten kanker. Deze soorten kanker beschadigen het bloed, beenmerg en lymfestelsel. Bloedvaten en het lymfestelsel kun je zien als een soort van snelwegen in je lichaam. Ze vervoeren bloedcellen. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof. Witte bloedcellen beschermen tegen ziekten. Bloedcellen leven niet voor altijd. Je lichaam breekt deze cellen af en maakt ook weer nieuwe cellen. Het binnenste deel van je botten heet het beenmerg. In dit beenmerg worden de nieuwe bloedcellen gemaakt. Daarna komen de bloedcellen in bloedvaten en het lymfestelsel om hun werk te kunnen doen.17

Bloedkanker wordt vaak verdeeld in drie soorten

Leukemie

Leukemie is kanker van de witte bloedcellen.

Deze bloedcellen worden in het beenmerg gemaakt. Bij leukemie gaat er iets fout bij de groei van witte bloedcellen. Ze stoppen daardoor niet met delen en ze werken niet goed. Hierdoor is er te weinig ruimte voor gezonde witte bloedcellen in het beenmerg. Het zorgt ervoor dat je afweersysteem minder goed werkt.18

Lees meer

Gezond

Leukemie

Tekst

Lymfoom

Lymfoom is een soort kanker die ontstaat in je lymfestelsel. Het wordt ook wel lymfeklierkanker genoemd.

De witte bloedcellen helpen bij het opruimen van schadelijke stoffen. Ze beschermen het lichaam tegen ziekten. Wanneer je een lymfoom hebt zijn de genen in de witte bloedcellen veranderd. De witte bloedcellen groeien daardoor te snel en werken niet goed meer.19, 20 

Lees meer

Gezond

Lymfoom

Tekst

Multipel Myeloom

Multipel Myeloom staat ook wel bekend als de ziekte van Kahler. Deze ziekte ontstaat in het beenmerg. Er worden dan te veel vreemde plasmacellen in het beenmerg gemaakt.

Plasmacellen zijn een soort witte bloedcellen die het lichaam beschermen tegen infecties en ziekten. Een teveel van vreemde plasmacellen kan voor problemen gaan zorgen. Dit kan bijvoorbeeld pijn in de botten en vermoeidheid zijn.22 

Lees meer

Gezond

Multipel Myeloom

Tekst

Toon de toekomst

Niemand kan de toekomst voorspellen. Maar we kunnen wel vooruitkijken naar wat er aan gaat komen. Wat kunnen we verwachten in het bepalen of de ziekte aanwezig is (diagnose)? Wat gaat er misschien veranderen in de behandeling?

Diagnose

Nu

We weten nu veel over bloedkanker.

Het kan soms lang duren voordat duidelijk wordt wat er precies mis is in het lichaam. De klachten lijken vaak op die van andere ziekten. Of de klachten horen bij het ouder worden. Daarom moeten artsen veel onderzoeken doen om zeker te weten wat er aan de hand is. Voor mensen met bloedkanker en de mensen in hun omgeving is dit vaak een spannende en onzekere tijd.

Toekomst

In de toekomst hopen we kanker steeds beter te kunnen behandelen!

Door meer onderzoek en betere technologie kunnen artsen sneller zien wat er mis is. Hierdoor zijn mensen met bloedkanker minder lang onzeker en kunnen ze eerder met de behandeling beginnen.

Onthul meer

Behandeling

Nu

Nu is de uitkomst van behandeling moeilijk te voorspellen.

Er bestaan verschillende behandelingen zoals chemotherapie, radiotherapie (bestraling met röntgen) en celtherapie. Deze behandelingen helpen veel mensen met bloedkanker beter te worden. Maar deze behandelingen kunnen ook zwaar zijn. Ze kunnen veel bijwerkingen hebben. De kans op beter worden is moeilijk te voorspellen. Dit hangt af van het soort kanker dat je hebt. Ook is dit per persoon anders.

Toekomst

In de toekomst kunnen we kanker misschien wel vaker genezen.

Door nieuwe behandelingen kunnen we kanker misschien wel vaker genezen. Een voorbeeld is immuuntherapie. Dit is een behandeling die het afweersysteem van je lichaam helpt om tegen kanker te vechten. Men hoopt dat de nieuwe behandelingen beter werken en minder zwaar zijn.

Onthul meer



​​​​​​​Zorg en ondersteuning

Nu

De zorg die er nu is voor patiënten is gelukkig al heel goed.

Maar behandelingen zijn zwaar. Iedereen gaat hier anders mee om. Daarom is het belangrijk dat je zelf kunt zeggen wat je nodig hebt. Dat anderen naar je luisteren. Familie en vrienden kunnen steun geven die veel waard is. Maar voor hen is deze periode vaak ook moeilijk.

Toekomst

In de toekomst mogen mensen met bloedkanker nóg meer meebeslissen over hun zorg en behandeling.

Jouw wensen en wat jij nodig hebt zijn belangrijk. Wat jij vertelt, helpt om de zorg en de kwaliteit van jouw leven te verbeteren. Zo kun je blijven werken, sporten en leuke dingen doen met vrienden en familie.

Onthul meer

Spreken wij dezelfde taal?

Weet jij wat deze woorden betekenen? Klik er op om de betekenis te lezen. Had jij het goed?


Interview Karlien Kimmels

In het kader van Blood Cancer Awareness Month spraken we met onze collega Karlien.

Pas nadat haar vader was overleden aan multipel myeloom maakte zij de overstap naar de farmaceutische industrie.

Lees meer

Karlien Kimmels

Wie is Karlien?

Ik ben Karlien Kimmels, 52 jaar oud, en inmiddels 22 jaar werkzaam binnen de farmaceutische industrie. Daarvoor was ik werkzaam binnen Human Resources (HR). Hoewel voor mij destijds al langer duidelijk was dat mijn toekomst niet binnen HR lag, wist ik toen nog niet goed wat ik dan wel wilde gaan doen. Dit is pas gekomen na het overlijden van mijn vader. Op de dag na zijn begrafenis las ik een wervingsadvertentie van een geneesmiddelenbedrijf en zo is de bal gaan rollen. Eerst hield ik me bezig met behandelingen voor de longziekte pulmonale hypertensie (PH). Nu sinds twee jaar focus ik me op behandeling van chronische lymfatische leukemie (CLL).

Welke rol speelt je persoonlijke achtergrond in je keuze voor de farmaceutische industrie? 

Een hele grote rol. Als mijn vader geen arts was geweest, dan had ik zeer waarschijnlijk niet gereageerd op de advertentie. Ik ging als kind vroeger al met mijn vader mee naar het ziekenhuis. Een ziekenhuis voelt voor mij dan ook heel vertrouwd. Dat is ook zo met de gesprekspartners in het ziekenhuis, of dat nu een hoogleraar is of een verpleegkundige. Met hen een gesprek aangaan voelt voor mij heel natuurlijk en prettig.


Is je overstap van PH naar hematologie een bewuste keuze?

Op het moment dat de kans zich voordeed was dat zeker het geval. Zo een lange tijd na het overlijden van mijn vader zag ik dat eigenlijk wel als iets moois. Maar eerlijk gezegd denk ik wel dat het voor mij een gek gevoel zou hebben gegeven wanneer deze kans zich had voorgedaan tijdens zijn ziekteperiode. Dit ondanks dat mijn vader juist heel erg van mening was dat de medische wereld en de farmaceutische wereld elkaar heel erg nodig hebben.


Hoe werd bij je vader bekend dat hij multipel myeloom had?

Vanwege het afsluiten van een levensverzekering werd mijn vader medisch gekeurd in het ziekenhuis. De uitslag van deze keuring kreeg mijn vader thuisgestuurd. Omdat hij zelf arts was kon hij uit de uitslag opmaken dat hij heel erg ziek was, maar het was op dat moment nog wel onduidelijk wat er precies aan de hand was. Dit bleek uiteindelijk multipel myeloom te zijn en het is dus eigenlijk een toevalstreffer dat dit ontdekt is. Ongeveer anderhalf jaar ervoor was hij gevallen en liep daarbij een complexe breuk aan zijn been en bekken op. De ziekte was op dat moment waarschijnlijk al aanwezig, maar nog niet herkend. Mijn vader moest ook wel heel erg ziek zijn wilde hij gaan klagen, laat staan naar een dokter gaan.


Wat betekende het voor je vader en voor jou toen de ziekte werd vastgesteld?

Op het moment dat de ziekte bij hem werd vastgesteld (diagnose) was ik 19 jaar oud en drong de situatie nog niet goed bij me door. Mijn vader was ook nog maar 49 jaar toen hij de diagnose kreeg. Na zijn diagnose werd al vrij snel besloten dat er een autologe stamceltransplantatie uitgevoerd zou gaan worden. Na deze transplantatie ging het snel weer goed met hem en ging hij weer door als vanouds. Hij dacht weer beter te zijn. Toen na een half jaar de ziekte weer terugkwam werd bij ieder van ons pas echt duidelijk wat deze ziekte betekende. Op dat moment werd er ook gezegd dat hij niet meer beter zou worden.


Wat betekende deze diagnose voor je vader?

Hij begreep dat hij heel erg ziek was en benoemde dat ook naar ons toe. Maar over doodgaan wilde hij absoluut niet praten, dat zag hij als heulen met de vijand. Dat was echt geen optie. Hoewel hij destijds wel gezegd heeft dat hij meteen zijn doodskist kon bestellen. Mijn vader was als arts iemand van de oude stempel. Dat betekent dus altijd aan het werk in het ziekenhuis, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Na de diagnose was hij duidelijk van slag. Hij zei zijn leven echt anders te gaan indelen omdat hij van mening was toch wel veel gemist te hebben in het leven. Maar de transplantatie die volgde ging heel goed, dus het oude leven ging daarna gewoon door.


Hoe had zijn werk als arts invloed op de manier waarop hij met zijn ziekte omging?

Mijn vader was professor in de kinderlongziekten in het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. Het is moeilijk om te beoordelen hoe het zou zijn geweest als hij zelf geen arts was. Hij had als arts in Rotterdam wel het geluk dat collega professor Löwenberg in ziekenhuis Dijkzigt (tegenwoordig Erasmus Medisch Centrum) werkte. Prof. Löwenberg was in die tijd een deskundige op het gebied van multipel myeloom. Samen hebben zij besloten welke behandeling mijn vader kreeg. Mijn vader ging zichzelf toen ook meer verdiepen in wat er allemaal mogelijk was. Hij werd eigenlijk zelf een soort van halve hematoloog en daarmee een goed geïnformeerde patiënt.



Was voor jullie als familieleden begrijpelijk wat er aan de hand was?

Zelf heb ik niet het gevoel dat er toen vragen bij mij leefden. Maar ja, mijn vader was zelf arts, mijn moeder verpleegkundige en mijn zus studeerde destijds medicijnen. Van jongs af aan werd er thuis daarom al anders over medische zaken gesproken dan in heel veel andere gezinnen. Daar komt bij dat, omdat mijn vader kinderarts was, hij ook gewend was om dingen in duidelijke Jip & Janneke taal uit te leggen.


Wat waren de mogelijke behandelingen voor je vader destijds?

Na zijn diagnose was een autologe stamceltransplantatie (aSCT) eigenlijk de enige optie. Hierbij krijg je als patiënt je eigen stamcellen terug. Deze behandeling werd voorafgegaan door een zwaar chemotherapietraject. Dit was om alle cellen in het beenmerg kapot te maken voordat hij de aSCT ontving. Helaas kwam een half jaar na de aSCT de ziekte terug. De eerste gedachte was om opnieuw een stamceltransplantatie uit te voeren. Een aSCT was geen mogelijkheid meer. Maar omdat mijn vader ouder dan 37 jaar was werd ook een allogene stamceltransplantatie niet meer als een mogelijkheid gezien. Hierbij krijg je stamcellen van een donor die bij jou past. Dat wil zeggen dat je eigen lichaam deze vreemde stamcellen niet zal afstoten. Stamcellen van een van zijn broers en zus werden door de artsen nog wel als een mogelijkheid gezien, maar zij bleken geen goede donor te zijn helaas. Daardoor was er geen echt goede behandeling meer voor hem. Hij gebruikte nog jarenlang twee middelen die het afweersysteem en ontstekingen remmen, met af en toe een pauze in de behandeling. Hij heeft het daar heel lang goed op volgehouden.


Hoe keek je vader tegen zijn behandeling aan?

Hij wilde alles ondergaan om maar in leven te blijven. Door zijn behandeling was hij wel erg veranderd. Eigenlijk was mijn vader een rustige en evenwichtige man die niet graag op de voorgrond stond, die veel studeerde en wetenschappelijke artikelen las. Maar tijdens zijn combinatiebehandeling kreeg hij rode wangen en praatte veel, ook was hij emotioneler dan normaal. In de periode dat er dan even geen behandeling was, werd hij weer wat somberder. Dit alles nam hij voor lief. Over de gevolgen van de ziekte en behandeling praatte hij niet, dat hoorde er gewoon bij. Hij werkte ook gewoon door als arts en dat was ook een beetje een manier om met de ziekte om te gaan. Hij deed alsof hij niet ziek was. Er waren toen bijna geen behandelopties voor hem en dat vond hij heel moeilijk. Om als arts ziek te zijn en dat de geneeskunde, waaraan hij zijn leven had gewijd, hem niet beter kon maken daar was hij heel erg in teleurgesteld. Zelf ben ik er zeker van dat zijn passie voor zijn werk hem nog vele jaren extra gegeven heeft.


Dacht je vader zelf na over wanneer hij wilde stoppen met behandelen en welke bijwerkingen hij nog wilde accepteren?

Mijn vader wilde heel veel accepteren. Vroeger zei hij bijvoorbeeld dat wanneer zijn nieren hem in de steek zouden laten dat hij dan geen behandeling zou ondergaan waarbij een machine het werk van nieren zou overnemen (nierdialyse). Maar toen tijdens zijn behandeling zijn nieren achteruitgingen keek hij daar toch anders naar en vond hij dat het maar moest gebeuren als het nodig was. Overigens, is het nooit nodig geweest. Iets niet doen is nooit een afweging voor hem geweest.


Kreeg hij daarover genoeg informatie van de artsen?

Dat denk ik wel en zo niet, dan zorgde hij er zelf wel voor.


Welke invloed had de ziekte van je vader op jou en de rest van het gezin?

Er was eerst de realisatie ‘mijn vader heeft kanker’. Daarna komt dan, zeker met het type kanker dat hij had, de gedachte dat hij snel zal overlijden. Rondom zijn autologe stamceltransplantatie was hij heel erg ziek. Dat hebben we toen als kinderen ook echt wel meegekregen. Hij was met 60 jaar weliswaar erg jong toen hij overleed, maar 11 jaar overleven met deze ziekte was voor toen toch behoorlijk lang.


In de zomer voor zijn overlijden werd hij geconfronteerd met een bloedpropje in zijn longen (longembolie) terwijl hij op centraal station van Rotterdam was, onderweg naar Schiphol om naar een congres af te reizen. Hij werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en is daar verder goed doorgekomen, maar daarna wilde hij absoluut niet meer alleen reizen naar het buitenland. Alleen wilde hij wel internationaal lezingen blijven geven en congressen bezoeken. Dat betekende dus dat er altijd iemand met hem meereisde naar het buitenland.


Op de dinsdag voor zijn overlijden heeft mijn vader nog gewerkt. Aan het einde van die middag ging hij van het Sophia naar het Dijkzigt voor een bloedtransfusie. In de nacht daarna kreeg hij op de bloedtransfusie een ernstige reactie die Trali (Transfusion-Related Acute Lung Injury) genoemd wordt. Hierdoor kreeg hij het heel erg benauwd. Hij kwam zelfs aan de beademing te liggen. Donderdag kreeg hij koorts en bleek hij besmet te zijn met de MRSA-bacterie (multi-resistente staphylococcus aureus). Uiteindelijk overleed hij op de zaterdag daarna aan deze infectie. Binnen een week van ‘gewoon’ aan het werk zijn naar overlijden is moeilijk te bevatten.


Wat vond je zelf het moeilijkst in zijn ziekteperiode?

Het veranderen van de persoon, zowel in wat hij nog kon als in uiterlijk. Hij had veel pijn, maar dat deelde hij nooit met ons. Ik vond het soms lastig dat er niet over doodgaan kon worden gesproken. Mijn vader kon wat dat betreft ook zeker zijn kop in het zand steken.


Is er achteraf iets dat je hebt gemist of graag anders had gezien?

Nee, eigenlijk niet. We hoorden alles via mijn vader behalve wanneer hij op de intensive care lag. Ik kan me ook geen gesprekken met andere artsen erbij herinneren. Voor mijn moeder zal dat anders geweest zijn, die ging altijd mee naar de afspraken bij artsen. Zelf ben ik wel veel op bezoek gegaan bij mijn vader wanneer hij in het ziekenhuis lag, bijvoorbeeld rondom de transplantatie.


Hoe ervaarde je vader de samenwerking tussen de behandelaars in het ziekenhuis?

Dat zou ik niet direct weten. Het was voor hem natuurlijk wel anders dan voor andere patiënten. Hij was zelf arts en dan ook nog eens in een dichtbijgelegen ziekenhuis in Rotterdam. Ik weet nog wel dat veel van zijn collega’s die betrokken waren bij zijn behandeling aan zijn bed bleven staan toen hij van alle systemen werd losgekoppeld na zijn MRSA-besmetting. De arts op de intensive care heeft hen toen weggestuurd om ons als familie een laatste moment met hem te geven. Maar het toont wel de betrokkenheid die iedereen daar met mijn vader had.


Waren er momenten vanuit de zorgverleners die voor jullie het verschil maakten?

Die waren er zeker. Een eerste voorbeeld hiervan is toen mijn vader op de intensive care lag nadat hij plotseling erg in de war was (delier) vanwege verkeerde medicatie voor de behandeling van een infectie. Normaal gesproken mag je op de intensive care niet bij een patiënt blijven slapen. Maar verpleegkundigen hadden geregeld dat mijn zus en ik bij hem konden blijven slapen. We sliepen daar alleen met hem op een kamer. Een ander voorbeeld is dat mijn vader een bloedtransfusie kreeg in het Dijkzigt en daarna eigenlijk naar huis mocht gaan. Omdat hij bang was voor een ernstige reactie op de bloedtransfusie (Trali) is toen een bed geregeld op een werkkamer van een collega arts zodat hij toch kon blijven voor de nacht.


Had je vader ideeën over wat er verbeterd kon worden in de zorg?

Nee, niet echt. Hij vertelde ons als kinderen dat de medische wereld als een ijsberg te zien is. Het kleine zichtbare deel is wat er bekend is, maar het grootste deel is onbekend. Hij vond het wel frustrerend dat er niet veel behandelmogelijkheden waren.


Van toen naar nu, wat valt je het meest op in de behandeling van multipel myeloom?

Als je kijkt naar wat nu de behandeladviezen zijn (richtlijnen), dan zie je dat er nu veel verschillende behandelingen mogelijk zijn. En dat wordt in de toekomst alleen nog maar beter. CAR-T behandeling wordt door sommige artsen al een genezende behandeling genoemd. Maar we moeten niet vergeten dat veel nieuwe behandelingen een enorme invloed hebben op patiënten.


Wat betekent het voor jou persoonlijk dat er nu meer mogelijkheden van behandelen zijn?

Mijn vader zou er trots op zijn geweest. Nieuwe ontwikkelingen zijn de toekomst, zo was zijn idee. Je zou nu kunnen denken: ‘Als deze mogelijkheden er toen eens geweest waren’. Maar dat gevoel heb ik zelf niet, het was er gewoonweg niet. Je wist ook niet beter, mijn vader werd destijds behandeld naar de wetenschap van die tijd. Met zijn 49 jaar ten tijde van de diagnose was mijn vader toen, en dat is nu niet anders, natuurlijk wel een uitzondering. Natuurlijk is het wel prachtig om te zien dat er nu zoveel meer mogelijkheden van behandelen zijn.


Wat betekenen nieuwe geneesmiddelen voor patiënten en hun kwaliteit van leven volgens jou?

Geen ontwikkeling betekent in feite een achteruitgang waar het gaat om geneesmiddelen. Dit heb ik ook vanuit huis meegekregen. Wanneer er geen ontwikkeling meer is, dan betekent dit dat er voor veel mensen met multipel myeloom geen hoop op behandeling en misschien zelfs genezing meer is. Om een voorbeeld te geven, mijn vader zag als arts veel kinderen met taaislijmziekte (cystic fibrosis). Ik vroeg mijn vader dan wel eens wat als deze patiënten volwassen zijn? Mijn vader gaf dan aan dat dit eigenlijk niet voorkwam. Nu is er voor deze patiënten een behandeling die de verandering in het gen (mutatie) die deze ziekte veroorzaakt kan wegnemen. Dit is dus wat nieuwe ontwikkeling (innovatie) kan betekenen.


Neem jij je eigen ervaring bewust of onbewust mee in je werk?

Dat kan eigenlijk niet anders. Soms doe ik dat bewust, maar ik denk eigenlijk altijd wel onbewust. Het gaat dan niet alleen over mijn ervaring met de ziekte. Het gaat dan ook over mijn achtergrond en hoe ik ben opgegroeid met het belang van wetenschap in de gezondheidszorg.


Op welke momenten voel jij extra sterk waarom dit werk belangrijk voor je is?

Ik ga echt elke dag op pad om ervoor te zorgen dat patiënten beter behandeld worden. De patiënten zijn mijn grootste motivatie. Wat ik altijd meeneem in gesprekken is oprechte nieuwsgierigheid en verbazing. Wanneer artsen onderling aan het discussiëren zijn en in oude gedachten of ideeën blijven hangen, dan begrijp ik niet waarom men niet iets nieuws zou willen proberen.


Wat zou je willen zeggen tegen patiënten en hun naasten die aan het begin staan van een traject met multipel myeloom?

Zijn positieve houding en doorzettingsvermogen heeft mijn vader veel extra tijd gegeven. Er zijn altijd nog wel opties die het proberen waard zijn. Daarnaast kun je er gewoon voor iemand zijn en hem/haar steunen. Het is naar mijn mening van belang om alles met elkaar te bespreken. Wanneer iemand vastloopt of het moeilijk vindt om bijvoorbeeld over de dood te spreken, dan kun je dit als naaste benoemen en daarin ondersteuning geven.


Wat is je wens voor de toekomst van de zorg met betrekking tot multipel myeloom?

Dat de nieuwe geneesmiddelen ook daadwerkelijk beschikbaar komen voor de patiënten voor wie deze middelen ontwikkeld zijn.


© Janssen-Cilag B.V., a Johnson & Johnson company – EM-207247 – Approval date: 08-2026



Podcast Nazik Durdu-Rayman

In het kader van Blood Cancer Awareness Month spraken we met internist-hematoloog Nazik Durdu-Rayman.

Zij vertelt in deze podcast waarom gezondheidsvaardigheden zo belangrijk zijn bij bloedkanker.

Beluister de podcast

Nazik Durdu-Rayman

In deze podcast vertelt Nazik waarom gezondheidsvaardigheden zo belangrijk zijn bij bloedkanker.

Deze podcast/video werd financieel ondersteund door Janssen-Cilag B.V., een Johnson & Johnson bedrijf (Janssen). De standpunten in deze podcast/video zijn die van de individuele sprekers(s) en weerspiegelen niet noodzakelijk de standpunten van Janssen.

Vijf tips om beter te begrijpen

Waarom begrijpelijke taal belangrijk is

Gezondheid is belangrijk voor iedereen. Maar informatie over gezondheid en zorg is niet altijd makkelijk te begrijpen. Je bent niet de enige als je dit moeilijk vindt. Je hoeft je hier niet voor te schamen. Dat is heel normaal.


Wat moet je kunnen om goed met je gezondheid om te gaan? Dat noemen we met een moeilijk woord gezondheidsvaardigheden. Dit betekent bijvoorbeeld dat je weet waar je moet zijn in het ziekenhuis en hoe je daar precies komt. Het betekent ook dat je begrijpt hoe en wanneer je een medicijn moet gebruiken. En dat je weet waar je informatie kunt vinden of weet wanneer het belangrijk is om iets aan je arts te vertellen.


Zelfs als je dit kunt, is het soms nog moeilijk om alles te begrijpen wat je leest of hoort. Als jij of iemand in je familie ziek is, kun je je gespannen voelen tijdens een bezoek aan de arts. Hierdoor begrijp je soms niet goed wat de arts zegt. Het is ook belangrijk dat je de informatie in folders en op internet goed begrijpt. Daarom is het belangrijk dat iedereen begrijpelijke taal gebruikt. Dus korte zinnen en makkelijke woorden die veel mensen kunnen begrijpen.


Op deze website vragen we hier aandacht voor. Je kunt hier informatie vinden die jou kan helpen bij je volgende bezoek aan de arts. Twijfel nooit om de dokter een vraag te stellen, zoals: "Wat bedoelt u dokter? Ik begrijp het niet."


Bij Johnson & Johnson proberen we onze informatie zo duidelijk mogelijk te maken voor mensen zonder medische kennis. We hopen dat dit goed is gelukt.

Dank je wel
voor je bezoek!

Dit is het einde van het museum, maar natuurlijk niet van ons verhaal! We blijven ons elke dag inzetten om bloedkanker een stap voor te zijn.